Terwijl op de Vragender prairie de motoren huilden en loeiden slaagde Hans Mellendijk in de warme theatertipi van de Zwarte Cross erin de tijd van 13.45 tot 14.15 u te verslaan met het voordragen van zijn gedichten. Behalve in het koeterwaals dat Beschaafd Nederland spreekt las hij ook voor in het Algemeen Beschaafd Nedersaksisch, zijn moedertaal. Wat heeft dat toch een sappige uitdrukkingen voor de dingen die het geval zijn en in het bijzonder de lichaamssappen, zoals in Jij-i'j:
’n Spróng haperingen / rólt aover de lippen, / en ’t bli-je liepen / geet aover in zingen.
I-j, mi-j, wi-j / köttelt naor wieter doornopper. / Stikke bli-j / streumt wi-j in mekare aover.
en in Winterets: Ik mieg ów name in de snee. / Sierlijk / slakkert de gaele straal, / letters net laesbaor, neet egaal. / Produkt van bier en kolde thee.
Bij het gedicht Luchtvaart ging de dichter soms op zijn tenen staan, alsof hij à la Sikorsky op zou gaan stijgen.
Binnen de tipi zaten de toeschouwers te genieten, buiten de theaterweide zoop de rest van de 65000 bezoekers zich "de goedwies kapot" of deed alsof. Roken deed men vooral uit vredespijp en uitlaatpijp op deze stralende 18 juli 2010.

Lees de gedichten van Hans op zijn blog: http://mellendijk-gedichten.blogspot.com/

foto: Louis Radstaak