Ester Naomi Perquin in de 'avicenna' tuin.
foto: Louis Radstaak

Zaterdag 31 juli, een zwoele dag met wat dreiging van regen op de 13e editie van het Tuinfeest in Deventer, met dichters wisselend van podia en tijdstippen in de mooie tuinen van de oude binnenstad, druk bezocht door gedisciplineerd luisterende liefhebbers. Soms slechts verstoord door iemand die bezig was te klussen, een scooter of een aggegraat, dat helaas nogal hoorbaar was bij het podium 'Klooster'. Daar zagen wij Gerrit Komrij en hoorden zijn onnavolgbare dictie waarmee hij de mensheid met sarcastische regels geselde. Erik Menkveld wiens vers over een 'prachtige dag' nog meer ironie kreeg in de vorm van een regenbui die net zo lang duurde als het gedicht, ongeveer drie minuten. Ernst Jansz die zich had gewaagd aan het spelen en vertalen van Dylan songs, maar de ontroering van het origineel slechts kon benaderen, geholpen door mooi steelgitaargeluid van Guus Paat , gevolgd door het optreden van Huub van der Lubbe's met zijn bekende geluid en hoekige verschijning.
Het was een druk heen en weer lopen om de optredens naar keuze te volgen, wij zijn er niet in geslaagd alles mee te maken. In het hoekje van de 'Archieftuin' het laatste stukje van Astrid Lampe's voordracht, evenals een laatste gedeelte door Elma van Haren en geheel dat van Hélène Gelèns met het lange leven van een fossielschelp in flashback en van een afstand - voor mij onzichtbaar -  F. Starik, die de lachers op zijn hand kreeg, maar mij deed denken aan die wijsheid over lachers en gauw hun handen moeten gaan wassen. "Ja, echt leuk, super", hoorde ik een vrouw na afloop zeggen.
In de dromerige 'Archieftuin' vertelde Tonnus Oosterhoff dat zijn gedichten de laatste tijd alleen maar somber waren met een ernst die aan Hugo Claus deed denken. Uit een gedicht over een kleine vrouw de mooie regel: ..."klein genoeg om in je ziel te passen, maar groot genoeg om hem te vullen". Een andere, misschien wel wrange regel van Ilse Starkenburg over een vrouw bij de kapper: ...je haar wil wel, nu jij nog!". Maarten van den Berg las gedichten uit zijn bundel 'Hersenzalf', o.a over het rauwe leven als jonge hond en taxichauffeur in Maastricht.
In de tuin genaamd 'avicenna' las de Deventer stadsdichter Heleen Bosma voor onder de grote rode beuk, die nog groter leek toen Ester Naomi Perquin achter het spreekgestoelte stond. Heldere gedichten met een zweem van weemoed, zoals wolken voorbij kunnen zeilen in haar geboortestreek Zeeland.
Tegen middernacht was er meer wijn dan wettig toegestaan in deze man en zijn dorst naar poëzie gelest, hij werd ontnuchterd door de koude realiteit van de parkeergarage die hem zijn laatste euro's automatisch afhandig maakte...